PARKnCHARGE legt laadpleinen aan met hulp BNG Duurzaamheidsfonds

Tussen de zevenhonderdvijftigduizend en 1,8 miljoen. Zoveel publieke laadpunten moet Nederland in 2035 hebben, wil volgens onderzoekers de laadinfrastructuur toereikend zijn voor alle elektrische auto’s die er dan rondrijden. Reden genoeg voor Gerwin Hop, oprichter van laadpalen-exploitant PARKnCHARGE, om vol in te zetten op de aanleg van laadpleinen met meerdere laadpunten. Blij is de greentech-ondernemer dan ook met de lening van 1.62 miljoen euro die zijn bedrijf in januari kreeg van BNG Duurzaamheidsfonds en Energiefonds Utrecht. “We kunnen ons concept er verder mee uitrollen en het opent de deur naar meer financiers.” 

Kraamkamer

Hoe maak je mensen warm voor groene energie? Hoe kunnen we daar nieuwe technologie voor in zetten en hoe passen we die toe in onze (stedelijke) omgeving? Dat zijn vragen waar Gerwin Hop (42) zich als duurzaamheidsondernemer dagelijks mee bezighoudt. Het adviesbureau Over Morgen dat hij na zijn studie verkeerskunde aan Universiteit Twente begon, adviseert overheden op het vlak van gebiedsvernieuwing, energietransitie en duurzame mobiliteit. Het bureau, met inmiddels een tachtigtal adviseurs, is ook een kraamkamer voor nieuwe activiteiten, zoals de bedrijven die Hop opstartte voor de aanleg van zonnedaken en -parken en voor de ontwikkeling van een app voor het delen van oplaadpunten. PARKnCHARGE kwam er twee jaar geleden bij.

Zeepfabriek

PARKnCHARGE exploiteert laadpalen, maar investeert ook zelf. “Dat is het grote verschil tussen ons en de rest, met uitzondering van Allego”, duidt Hop in zijn kantoor in een gerenoveerde zeepfabriek in Amersfoort het onderscheid tussen zijn bedrijf en de concurrentie. PARKnCHARGE investeert in het plaatsen van laadpleinen door heel Nederland, zowel bij gemeenten als bij bedrijven. Een laadplein bestaat daarbij in principe uit ten minste twee laadpalen, met twee laadplekken per laadpaal. Inmiddels heeft het bedrijf vijftig laadpleinen operationeel, komen er de komende paar maanden nog honderd bij, en is het met diverse gemeenten en bedrijven in gesprek over nog eens tweehonderd laadpleinen. 

Tweeduizend laadpleinen

Als mooi voorbeeld van een gerealiseerd project wijst Hop op de drie laadpleinen (twaalf laadpunten) bij het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem. Mooie projecten in voorbereiding noemt hij de vijfendertig laadpleinen in de gemeente Tilburg en vijftig pleinen waarvoor de gemeente Amersfoort tekende. Hop verwacht in heel 2019 totaal 350 laadpleinen met 750 laadpalen in bedrijf te kunnen stellen. Eind volgend jaar moet de teller voor het aantal geplaatste laadpalen op tweeduizend staan. Het halen van dat ambitieuze doel zal dan deels te danken zijn aan de lening van 1,62 miljoen euro van BNG Duurzaamheidsfonds en Energiefonds Utrecht. Want daarmee, becijfert Hop, kunnen circa 285 laadpleinen met zeshonderd laadpalen worden gerealiseerd in Utrecht en de rest van het land.

Geen pannenkoeken

Grote banken zijn nog huiverig om te investeren in laadinfrastructuur, constateert Hop. “Die zien het nog niet als een investeringscasus. Ze vragen om trackrecords, dus om een business case die al langjarig werkt. Maar ja, elektrisch rijden is nog in opkomst, dus dat is lastig.” De eerste projecten realiseerde PARKnCHARGE met leningen van enkele kleinere energie- en duurzaamheidsfondsen. Hop: “Zulke fondsen zijn ook in het leven geroepen om een marktfalen te helpen overkomen.” Hij rekent erop dat de lening die BNG Duurzaamheidsfonds (mee)verstrekt de deur zal openen naar meer grotere financiële partijen: “Want die weten dat het fonds een initiatief is van BNG Bank en dat het daar geen pannenkoeken zijn, maar gerenommeerde financiers. Dus ik verwacht dat het ons toegang zal geven tot de vele extra middelen die we nodig hebben om door te rollen.” 

Hele klus

Hop hoopt dit jaar nog eens vier miljoen euro aan leningen op te halen bij banken die vanuit maatschappelijk oogpunt meer risico durven nemen en ook bij duurzame fondsen. Zo wil hij ook graag in gesprek komen met het energietransitiefonds dat het ambtenarenpensioenfonds APB begin dit jaar lanceerde. Want tijd om te treuzelen met de aanleg van veel meer laadinfrastructuur is er volgens hem niet gelet op de vlucht die elektrisch rijden gaat nemen. “Tesla was de gamechanger. En met de veel betaalbaardere modellen die er van vooral Aziatische automakers aan zitten te komen, verwacht ik dat elektrische auto’s omstreeks 2022 goedkoper worden dan fossiele. Vanaf 2030 mogen er volgens het klimaatakkoord alleen nog elektrische auto’s worden verkocht. De vraag naar laadinfrastructuur neemt straks dus enorm toe.” Volgens de toekomstverkenning die duurzaamheidsconsultancy Ecofys samen met de TU Eindhoven deed, zijn er in 2035 tot wel 1,8 miljoen (publieke) laadpalen nodig. Hop: “Willen we met zijn allen dat aantal halen, dan moet je te beginnen vanaf vandaag er vier tot vijfhonderd per dag neerzetten. Dat wordt dus nog een hele klus, waarschuwt ook de RAI Vereniging namens de autosector.”

Gemaksladen

Opdat er straks voldoende laadinfrastructuur is, moeten andere betrokken partijen ook versneld actie ondernemen. “Gemeenten moeten planmatig grote aantallen laadpalen mogelijk maken in de publieke ruimte, netbeheerders moeten hun installatie- en procescapaciteit opschalen, en grote banken moeten de business case ook gaan financieren”, somt Hop de voornaamste obstakels op. Gelet op het enorme aantal laadpunten dat erbij moet komen, zit hij niet echt in over concurrentie van andere aanbieders van laadinfrastructuur. Ook in snelladen zoals een partij als Fastned langs snelwegen aanbiedt, ziet hij geen bedreiging maar juist een “aanvullende dienst”. Snelladen vindt hij bovendien een misleidende term: “Het impliceert dat er een rangorde is, dat het een beter is dan het ander, wat niet zo is. Bij snelladen sta je een halfuur of drie kwartier op een parkeerplek te wachten tot de batterij van je auto vol is en kun je verder weinig doen. Wij bieden gemaksladen, zo noem ik het. Wij plaatsen laadinfrastructuur op plekken waar mensen langdurig verblijven. De laadsnelheid is dan wel lager, maar het enige wat je bij aankomst moet doen is de stekker inpluggen en bij vertrek die er weer uittrekken. In de tussentijd doe je dingen waarvoor je op die plek bent gekomen.” Met dezelfde stelligheid ziet hij het niet gebeuren dat bij emissieloos rijden waterstof het bij auto’s straks wint van elektrisch rijden. “Gemeten naar energie-efficiëntie is elektrisch rijden de meest voor de hand liggende techniek. Waterstof moet je inzetten waar dat het beste wordt benut zoals nu al in de industrie. Voor op de weg is waterstof alleen een optie voor lange afstandstransport, vanwege de beperkte actieradius van een vrachtwagen op batterijen.”

Dit artikel verscheen eerder in B&G Magazine.